HENNEPTEELT – STRAFRECHTADVOCAAT

U bent verdachte in een hennepzaak omdat u bent gepakt met een hennepkwekerij. Wat staat mij te wachten? Welke straf kan ik krijgen voor hennepteelt. Wat is ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel? Moet ik de gevangenis in? Mocht de politie wel zonder toestemming mijn woning betreden? Dit zijn allemaal vragen die u zult hebben als u aangehouden bent in verband met de hennepteelt. De advocaten van Andeweg Van Doveren Advocatuur staan u graag bij en geven u antwoord op al deze vragen. Ook staan wij u graag bij als u moet voorkomen voor een OM zitting of bij de politierechter, meervoudige strafkamer of in hoger beroep. Wist u dat wij ook pro deo rechtsbijstand verlenen. 

DIRECT EEN HENNEPADVOCAAT NODIG

Klik op de afbeelding

Hennepkwekerij - Hennepteelt - Hennepadvocaat

Strafbaarheid hennepteelt

Hennepteelt is strafbaar gesteld in de Opiumwet. De Opiumwet hanteert twee lijsten van verboden middelen. Lijst I zijn de harddrugs en lijst II zijn de softdrugs. Op deze pagina verstrekken wij alleen informatie over de hennepteelt van lijst II. De harddrugs worden behandeld op de pagina drugsdelicten behandeld. In de Opiumwet zijn de volgende strafbaarstelling opgenomen

Art 3
Het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3A vijfde lid:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.

Art. 11
lid 1. Hij die handelt in strijd met een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
lid 2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
lid 3. Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
lid 4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in artikel 3 onder A, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
lid 5. Indien een feit als bedoeld in het tweede of vierde lid, betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. Onder grote hoeveelheid wordt verstaan een hoeveelheid die meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel.
lid 6. Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.
lid 7. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in lijst II vermelde middelen, met uitzondering van hennep en hasjiesj.