VOORARREST / VOORLOPIGE HECHTENIS

Het voorarrest  is een algemene verzamelnaam voor de inverzekeringstelling en de onderdelen van de voorlopige hechtenis.

inverzekeringstelling

inbewaringstelling (voorlopige hechtenis)

gevangenhouding (voorlopige hechtenis)

pro forma zitting (voorlopige hechtenis)

Inverzekeringstelling:

De inverzekeringstelling volgt na de periode voor ophouden voor verhoor en identificatie. Dus na maximaal 18 uur na aanhouding dient de officier van justitie te beslissen of de verdachte in verzekering wordt gesteld. De in verzekering stelling is de eerste fase van het voorarrest. Het bevel tot inverzekeringstelling geldt voor de duur van drie dagen en wordt uitgezeten in het cellencomplex van het politiebureau. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan de inverzekeringstelling worden verlengd met drie dagen. Wel dient dan binnen 3 dagen en 18 uur na aanhouding de rechtmatigheidstoets plaats te vinden bij de rechter-commissaris.

Voorlopige hechtenis:

Wanneer de rechter commissaris toestemt met het verzoek van de officier van justitie om de verdachte langer vast te houden, dan is er sprake van een voorlopige hechtenis. Voorlopige hechtenis is mogelijk als het gaat om een feit waarvoor dit is toegelaten en als er gronden voor de voorlopige hechtenis aanwezig zijn. De wet bepaalt in artikel 67 Wetboek van Strafvordering voor welke feiten voorlopige hechtenis is toegelaten. De gronden voor de voorlopige hechtenis zijn opgenomen in artikel 67a Wetboek van Strafvordering. Het voorarrest bestaat uit verschillende fasen en er vindt toetsing plaats om te kijken of de verdachte langer in verzekering gesteld kan worden. De gespecialiseerde strafrechtadvocaten van Andeweg Van Doveren Advocatuur kunnen u verder helpen als u in verzekering bent gesteld. Klik op de afbeelding om uw zaak aan te melden of klik hier.

Voorarrest / voorlopige hechtenis

Voorarrest / voorlopige hechtenis

feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is:

  • strafbare feiten waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld of
  • strafbare feiten die specifiek genoemd zijn in artikel 67 Wetboek van strafvordering. Dit zijn de volgende strafbare feiten:
  • verspreiden opruiend geschrift (artikel 132 Wetboek van Strafrecht)
  • kraken van een woning of een gebouw (artikel 138a Wetboek van Strafrecht)
  • hacken van computergegevens (artikel 138ab Wetboek van Strafrecht)
  • het spammen of bombing van computers (artikel 138b Wetboek van Strafrecht)
  • illegaal aftappen of opnemen van gegevens (artikel 139c Wetboek van Strafrecht)
  • plaatsen van opname en/of afluisterapparatuur (artikel 139d Wetboek van Strafrecht)
  • medeplichtigheid aan geweldpleging (artikel 141a Wetboek van Strafrecht)
  • belediging van een groep mensen (artikel 137c Wetboek van Strafrecht)
  • aanzetten tot haat, discriminatie of geweld (artikel 137d en 137e Wetboek van Strafrecht)
  • beroepsmatige discriminatie (artikel 137 g Wetboek van Strafrecht)
  • onttrekken van een lijk aan nasporing (artikel 151 Wetboek van Strafrecht)
  • handelen in strijd met een gedragsaanwijzing (artikel 184a Wetboek van Strafrecht)
  • dierenpornografie (artikel 254a Wetboek van Strafrecht)
  • seksueel corrumperen van kind onder de 16 jaar en grooming (artikel 248d en 248e Wetboek van Strafrecht)
  • schending van geheimhoudingsplicht, beroepsgeheim of ambtsgeheimen (artikel 272 Wetboek van Strafrecht)
  • dwang door geweld of bedreiging (artikel 284 Wetboek van Strafrecht)
  • bedreiging met bepaalde ernstige misdrijven (artikel 285 Wetboek van Strafrecht)
  • belaging (artikel 285b Wetboek van Strafrecht)
  • lokken in verband met dwang (artikel 285c Wetboek van Strafrecht)
  • eenvoudige mishandeling (artikel 300 Wetboek van Strafrecht)
  • verduistering (artikel 321 Wetboek van Strafrecht)
  • misbruik van middelen (artikel 323a Wetboek van Strafrecht)
  • listelijk gebruik maken van telecommunicatiedienst (Artikel 326c Wetboek van Strafrecht)
  • vernieling (artikel 350 Wetboek van Strafrecht)
  • manipulatie computergegevens en computersabotage (artikel 350a en 350c Wetboek van Strafrecht)
  • beschadigen van werken van openbaar nut / landsverdediging (artikel 351 Wetboek van Strafrecht)
  • insubordinatie (artikel 395 Wetboek van Strafrecht)
  • schuldheling (artikel 417bis Wetboek van Strafrecht)
  • schuldwitwassen (artikel 420quater Wetboek van Strafrecht)
  • Strafbare feiten die genoemd zijn in bijzonder wetten. Dit zijn de volgende strafbare feiten:
  • verbod op marktmisbruik elektriciteit (artikel 86i Elektriciteitswet)
  • verbod op marktmisbruik gas (artikel 66h Gaswet)
  • handelen in strijd met voorschriften van de Wet Dieren (artikel 8.12 Wet Dieren)
  • dood of zwaar lichamelijk letsel bij rijden onder invloed (artikel 175 Wegenverkeerswet)
  • handelen in strijd met gebiedsverbod (artikel 30 Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag)
  • zonder vergunning exploiteren van speelautomaten (artikel 36 Wet op de kansspelen)
  • opzettelijk verkopen, afleveren, vervoeren, vervaardigen van verboden middelen (artikel 11 Opiumwet)
  • overdracht van wapens en munitie (artikel 55 Wet Wapens en munitie)
  • handelen in strijd met huisverbod (artikel 11 Wet tijdelijk huisverbod)
  • bevel tot voorlopige hechtenis kan tevens worden gegevens als de verdachte zonder vaste woon of verblijfplaats is in Nederland en de verdenking een strafbaar feit betreft waarop gevangenisstraf is gesteld.

Gronden voor de voorlopige hechtenis:

Voor toepassing van de voorlopige hechtenis dient er naast de verdenking van het plegen van een strafbaar feit ook gronden (redenen) zijn om de voorlopige hechtenis op te leggen. Deze gronden zijn:

  • ernstig vluchtgevaar of
  • er sprake is van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die het noodzakelijk maakt dat de verdachte in voorlopige hechtenis wordt genomen, bestaande uit:
  • strafbaar feit waarop 12 jaar of meer maximum gevangenisstraf is gesteld en de rechtsorde ernstig geschokt is door het strafbare feit of
  • gevaar voor herhaling van een feit waarop 6 jaar of meer gevangenisstraf staat, of een feit waardoor de gezondheid of veiligheid in gevaar kan worden gebracht of algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan of
  • eerdere veroordeling van minder dan 5 jaar geleden voor bedreiging, mishandeling, diefstal, verduistering, oplichting, vernieling, heling, witwassen of schuldwitwassen en vrees bestaat dat verdachte één van deze feiten opnieuw pleegt of
  • indien er sprake is van een verdenking ter zake openlijke geweldpleging, brandstichting, bedreiging, mishandeling of vernieling begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats of begaan tegen hulpverleners en de berechting zal plaatsvinden binnen 17 dagen en 15 uren na aanhouding of onderzoeksgrond om de waarheid te achterhalen.

Inbewaringstelling:

Het in bewaring stellen vindt plaats bij de rechter-commissaris van de rechtbank. Vaak vindt de inbewaringstelling gelijktijdig plaats met de rechtmatigheidstoets. De rechter-commissaris beoordeelt bij de rechtmatigheidstoets of de aanhouding en de inverzekeringstelling rechtmatig zijn geweest op basis van de bestaande verdenking en feiten en omstandigheden. Ook beoordeelt deze persoon of er bij de inbewaringstelling sprake is van ernstige bezwaren. Wanneer er ernstige bezwaren bestaan is er een stevige verdenking tegen de verdachte. De rechter commissaris beslist dan vervolgens of er een bevel voor bewaring wordt uitgegeven. Deze is voor een maximale duur van veertien dagen en verondergaan in een huis van bewaring. Klik hier voor alle locaties van huizen van bewaring in Nederland. 

Gevangenhouding:

Als de officier van justitie wil dat de verdachte langer in voorarrest blijft vastzitten na de inbewaringstelling, dient de officier van justitie een verzoek tot gevangenhouding bij de strafraadkamer van de rechtbank in. De strafraadkamer kan de gevangenhouding verlenen voor een maximumduur van 90 dagen. Als het bevel gevangenhouding in één keer voor 90 dagen wordt verleend, vindt dit plaats door drie rechters van de strafraadkamer. Wordt het bevel in delen gegeven dan kan elke verlenging volgend op de eerste bevel gevangenhouding verleend worden door één rechter van de strafraadkamer. Het bevel gevangenhouding wordt ondergaan in een huis van bewaring.

De dagen in voorarrest worden van de uiteindelijke straf afgetrokken. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat kan helpen om het voorarrest zo kort mogelijk te houden.

Pro forma zitting:

Als de verdachte zich in de gevangenhouding bevindt en de geldigheidsduur verstrijkt dan kan de officier van justitie de zaak op zitting plannen voor een pro forma zitting. Tijdens een pro forma zitting wil de rechtbank weten waarom de zaak nog niet inhoudelijk behandeld kan worden en wat de stand van het onderzoek is. De officier van justitie kan dan tevens de verlenging van de voorlopige hechtenis verzoeken. De verlenging kan voor een maximale duur van telkens drie maanden. Na elke drie maanden vindt er een pro forma zitting plaats totdat de zaak gereed is om inhoudelijke te behandelen of totdat de verdachte geschorst wordt uit de voorlopige hechtenis of de voorlopige hechtenis opgeheven wordt.

Voorlopige hechtenis tijdens hoger beroep:

Als de verdachte zich nog in voorlopige hechtenis bevindt, nadat deze is veroordeeld door de rechtbank en er wordt hoger beroep ingesteld, dan behandelt het gerechtshof elke drie maanden de verlenging van de gevangenhouding. Naast de ernstige bezwaren zoals die gelden bij de bewaring en gevangenhouding wordt tevens het veroordelende vonnis van de rechtbank gezien als ernstige bezwaren. Indien de straf opgelegd door de rechtbank is ondergaan voordat het gerechtshof de zaak inhoudelijk heeft behandeld, volgt vaak een opheffing van het voorarrest om te voorkomen dat een verdachte te lang vast zit.

Beperkingen tijdens voorarrest:

Tijdens de fase van inverzekeringstelling, inbewaringstelling en gevangenhouding kan de officier van justitie beperkende maatregelen opleggen. Deze beperkingen houden in dat de verdachte tijdens zijn voorarrest geen contact met de buitenwereld mag hebben. Ook de advocaat mag dan niet naar buiten treden over de zaak. Dit is met name lastig voor familieleden van de verdachte. Andere beperkingen die opgelegd kunnen worden zijn geen contact met medegedetineerde, geen televisie en radio en geen lectuur. Verder spreekt het voor zich dat er tijdens de beperkingen geen bezoek aan de verdachte mogelijk is. Andeweg van Doveren Advocatuur zal standaard een bezwaarschrift tegen de beperkingen indienen bij de rechtbank om te verzoeken de beperkende maatregelen op te heffen.

Schadevergoeding na onterechte hechtenis:

Bij een aanhouding is er minimaal een redelijk vermoeden nodig voor de strafbare feiten waarvan u verdacht wordt. Indien u als verdachte in voorarrest heeft gezeten, maar u bent vrijgesproken dan wel dat uw zaak is geseponeerd heeft u recht op een schadevergoeding voor de tijd dat u ten onrechte in hechtenis bent genomen. Klik hier voor meer informatie over schadevergoeding na onterechte hechtenis. Wilt u schadevergoeding na onterechte hechtenis aanvragen. Andeweg van Doveren Advocatuur vraagt gratis voor u de schadevergoeding aan.